Willem Arntsz Hoeve, Den Dolder

Ten gevolge van deze uitbreidingen moesten er ook weer woningen voor het personeel bijkomen. L.S.P. Scheffer ontwierp hiervoor vijf dubbele woningen. Daarnaast bouwde hij nog drie dokterswoningen met rieten kappen. H.F. Mertens ontwierp bovendien tussen 1928 en 1931 een symmetrisch opgezet complex van zes zusterhuizen, die aan weerszijden van twee vijvers zijn geprojecteerd met op de kop een huis voor leidinggevend vrouwelijk personeel. Het complex dat het paviljoenstelsel van Poggenbeek doorsnijdt kreeg vanwege de ligging rondom de vijvers de naam Vijverhof. De zes dubbele zusterhuizen boden elk plaats aan tweemaal tien zusters. Iedere zuster had een eigen slaapkamer en elk huis had daarnaast nog tweemaal twee huiskamers, elk voor vijf personen.
Eind jaren twintig was een nieuwe periode van hervormingen aangebroken, waarin arbeidstherapie en ontspanning steeds belangrijker werden. Vooral aan de zogenaamde actievere therapie werd in deze tijd grote betekenis gehecht. Wederom werden er gebouwen aan het complex toegevoegd. In 1929 maakte vijfenzeventig procent van de patiënten gebruik van de werkplaatsen die door Mertens zijn ontworpen. Ook kwam er een theehuis in rustieke stijl, eveneens van Mertens. Door architect J. van Heerde werd een bergingsloods, gebouwd tijdens de uitbreiding rond 1940 onder leiding van Mertens, in 1955 verbouwd tot ruimte voor arbeidstherapie voor vrouwen. Dit gebouw werd vanwege de ligging ‘Het Heuveltje’ genoemd. Hierin is later Het Vijfde Seizoen gevestigd. Daarna bleef het op het architectonisch front een tijd lang betrekkelijk stil.
Als organisatie maakte de inrichting grote veranderingen door. Zo verminderde het aantal patiënten en vond een snellere doorstroming plaats ten gevolge van de ontwikkeling in en de toepassing van de psychofarmaca vanaf het midden van de jaren vijftig. De Willem Arntsz Stichting omvatte zowel zwakzinnigenzorg, forensische psychiatrie als ‘gewone’ psychiatrie, een combinatie die zeldzaam was en inmiddels bij de fusie- en specialisatieprocessen is verdwenen.

 

 

 

 

 

Destijds behoorde het zwakzinnigeninstituut Dennendal, dat op het terrein in Den Dolder naast de psychiatrische inrichting lag, nog tot dezelfde organisatie. Den Dolder werd het toneel van een ‘tegenculturele’ revolutie die werd ingezet door Carel Muller, directeur van de zwakzinnigenafdeling. Het conflict liep hoog op en zelfs de Regering kwam eraan te pas om de destijds als anti-autoritair en zelfs opruiend ervaren opvattingen van Muller te bestrijden – hoe snel de ontwikkelingen in de psychiatrie vaak gaan blijkt wel uit het feit dat zelfs Mullers meest radicale opvattingen dertig jaar later werkelijkheid zijn geworden.