Willem Arntsz Hoeve, Den Dolder

Ondertussen maakte ook de psychiatrie ingrijpende ontwikkelingen door. De nadruk verschoof van het verplegen van patiënten naar het voorbereiden op hun terugkeer in de maatschappij. De behandeling werd nadrukkelijk bekeken in samenhang met de persoonlijke behoeften van de individuele patiënt, een accentverschuiving die in het hele regime van de inrichting terug te vinden was: algemene regels werden verlaten, individuele kwamen ervoor in de plaats, en overal werd geprobeerd de paviljoens een gezellige, huiselijke uitstraling te geven. Wat, gezien de soms kazerne-achtige soberheid, lang niet altijd meeviel.
In de tweede helft van de jaren zeventig bleken veel gebouwen verouderd, waardoor ze niet meer voldeden aan de eisen van de tijd. Ook nam de kritiek op het traditionele gesticht steeds meer toe. Gestimuleerd door deze ontwikkelingen initieerde de overheid een uitgebreid onderzoek naar de huisvesting van psychiatrische patiënten, de zogenaamde ‘psychiatrische bedden’ in Nederland. Ruim de helft van de ‘psychiatrische bedden’ bleek niet aan de normen te voldoen en dat was de directe aanleiding voor de actie Herhuisvesting Psychiatrie. Oude gebouwen werden opgeknapt, maar ook vaak vervangen door kleinschalige nieuwbouw op het bestaande terrein. Voorbeelden op de Willem Arntsz Hoeve zijn de nieuwbouw van Erasmus, Korenveld en Roosenburg.
Terwijl de actie Herhuisvesting in volle gang was nam de kritiek toe. Het voornemen de klassieke inrichtingen door moderne psychiatrische ziekenhuizen te vervangen leidde tot de zogenaamde ‘actie moratorium nieuwbouw APZ’en’, waarbij vooruitziende psychiaters en vertegenwoordigers van de ‘cliëntenbond’ de handen ineensloegen en er bij de Tweede Kamer op aandrongen heel de ambitieuze operatie stop te zetten. Hun adres bereikte de kamer op 12 oktober 1982. Deze moratoriumactie markeert het einde van een tijdperk.

Hoewel een aantal instellingen doorging met grootschalige vervangende nieuwbouw ging het roer radicaal om. Vervangende nieuwbouw op de locatie van de klassieke inrichtingen werd tot een minimum beperkt, het zwaartepunt verschoof naar kleinere inrichtingen in de stad en beschermd wonen-projecten die eveneens in de woonwijken werden geïntegreerd. Voor de Willem Arntsz Hoeve betekende dit een vermindering van het aantal klinische plaatsen. Het beleid was erop gericht dat de grootschalige voorzieningen vervangen zouden worden door kleinschalige woningbouw. Daarbij werd zoveel mogelijk aangesloten bij de reguliere woningbouw. De gebouwen Reynvaan, Meijboom en Wier, naar ontwerp van Alberts en Van Huut zijn voorbeelden van deze ontwikkelingen. Voor een deel van de bewoners werd gezocht naar huisvesting binnen de maatschappij in woonvoorzieningen zoals de sociowoningen.