Categorieën
actueel architectuur stedenbouw wederopbouw

Manifestatie Nederlandse binnensteden

Naar aanleiding van een onderzoek over de transformaties van Nederlandse binnensteden sinds 1940 is nu een manifestatie over dit onderwerp in voorbereiding. Het project omvat een publicatie en een reeks activiteiten in diverse steden (tentoonstelling, debatten, workshops etc.) over de stedenbouwkundige en fysieke ontwikkeling die de Nederlandse binnenstad sinds de Tweede Wereldoorlog heeft ondergaan. De stadskern is, ondanks de enorme naoorlogse groei van de stad, bepalend gebleven voor de identiteit van de stad.De Nederlandse binnenstad is met het oog op de toenemende aandacht van herbestemming een onderwerp dat ook de komende tijd hoog op de agenda zal blijven bestaan. Stedenbouw-historisch onderzoek biedt inzicht in de wijze waarop de fysieke opbouw van de binnenstad gevormd werd, de samenhang tussen verschillende ontwikkelingen die daarbij een rol speelden, de stakeholders die daarbij betrokken waren. Dit proces zet zich onverminderd voort, waarbij de relatie tussen kern en buitenstad steeds opnieuw wordt gedefinieerd.Nadat de historische binnensteden tijdens de Wederopbouw hooguit als een steeds groter obstakel voor radicale modernisering en cityvorming werden beschouwd, zijn ze vanaf de late jaren zestig geleidelijk herontdekt als de kern van de stad, als erfgoed dat een verrassend vitale rol bij het accommoderen van de hedendaagse stedelijke behoeften bleek te kunnen spelen. Inmiddels is het erfgoed van de historische binnensteden binnen de ruimtelijke inrichting van Nederland richtinggevender dan ooit.

Categorieën
architectuur stedenbouw

Nederlandse binnensteden

Is het mogelijk binnensteden te moderniseren zonder ze te verwoesten? En als dat niet zo is, wat telt dan zwaarder? Die vragen bepalen de lotgevallen van de Nederlandse binnensteden sinds 1945. Het proces van cityvorming, dat al in de jaren twintig begint, wordt na 1945 op grote schaal voortgezet: het wonen maakt plaats voor winkels, kantoren en culturele voorzieningen. In de ogen van de stedenbouwkundigen kan de binnenstad alleen blijven functioneren als zij gemakkelijk bereikbaar is, en dat leidt vrijwel overal tot grote doorbraken dwars door het stedelijk weefsel. Aan het eind van de jaren zestig verandert het beeld. De binnenstad wordt als een collage van historische elementen gezien, die een ideaal decor vormen voor de naar verpozing zoekende moderne stedeling. Culturele en recreatieve functies vinden er onderdak, de auto wordt geweerd. Vanaf de jaren tachtig ziet men de stad vooral als economische motor die een kwakkelende economie uit het slop moet halen. Bovendien worden stadsbeeld (hoogbouw), openbare ruimte (pleinen, straten die middels urban design opgewaardeerd, en architectuur (musea, stadhuizen, theaters) als marketinginstrumenten ontdekt, die de eigen identiteit van steden onderstreept. Over dit thema vond een expertmeeting plaats op de TU Delft.

Categorieën
architectuur stedenbouw

Historische binnensteden in Nederland 1940-2010

Historische binnensteden veranderen en dat doen ze al zolang ze bestaan. Nieuwe vormen van bedrijvigheid, sociale verschuivingen, leeftijdsopbouw van de bevolking, de voorzieningen, architectonische en stedenbouwkundige inzichten om die te accommoderen en te representeren – alles is in beweging, soms snel, soms langzaam, soms treedt verval in, soms neemt het besef de overhand dat sommige stadsdelen maar beter kunnen verdwijnen.

Tot het begin van de negentiende eeuw hadden deze processen plaats binnen de grenzen van wat we nu als historische binnensteden zien, daarna speelde de positie van dit stadsdeel ten opzichte van de wijken eromheen een prominente rol. Met name in de periode na 1960 werd de noodzaak naar voren geschoven waarde en functie van binnensteden te relateren aan die van hun regionale context. Daarmee kwamen ze, gestimuleerd door de stormachtige opkomst van het particuliere autobezit, in een steeds inniger relatie staan. Wat was, en is de rol van de historische binnenstad in het netwerk aan relaties dat sindsdien steeds intensiever werd, en wat was en is het effect daarvan op de ervaring van cq. de omgang met die binnenstad als cultuurhistorisch reservoir?

Nadat de historische binnensteden tijdens de Wederopbouw hooguit als een steeds groter obstakel voor radicale modernisering en cityvorming werden beschouwd, zijn ze vanaf de late jaren zeventig geleidelijk herontdekt en heroverd. Dat gebeurde via het (theoretisch-maatschappelijke) vertoog (Jacobs 1961, Rossi 1966, Mitscherlich 1967, Nederlandse Forumbeweging, meer algemeen ook de output van maatschappij- en gedragswetenschappen, en het effect van de Monumentenwet 1961) en via het beleid en de opgaven die daar eventueel uit voort kwamen (vlg. Doelstellingennota Binnenstad Groningen 1972). Dat dubbele proces kenmerkt zich daarom door een complexe wisselwerking tussen (politieke en culturele) prioriteiten, motivaties, en een voortdurende accentverschuiving tussen diverse aspecten van het beleid (infrastructuur, openbaarheid, leefbaarheid, historiciteit) en de betekenissen en programma’s die op de historische binnensteden zijn geprojecteerd. Effecten van veranderende inzichten en bijstellingen van beleid zijn tot op de dag van vandaag niet alleen herkenbaar in de ‘architectuur van de stad’, maar fungeren ook nog steeds als erfenissen waarvan men veronderstelt dat die ‘gecorrigeerd’ of ‘gerepareerd’ moeten worden.

Nu zijn de binnensteden binnen de ruimtelijke inrichting van Nederland richtinggevender dan ooit. De regionale context speelt daarin nog steeds een belangrijke rol, en tegelijkertijd de vraag naar de mate waarin die binnensteden als begrensde, fysieke entiteiten in staat zijn de gewenste programma’s, beelden, ervaringen en mogelijke visualisering van een zekere historische gelaagdheid op te nemen. Momenteel is er dan ook een tendens de fysieke grenzen van de binnensteden kunstmatig op te rekken en de kwaliteiten ervan, in de meest brede zin, in aangrenzende gebieden zichtbaar en ervaarbaar te maken. Gebruik en misbruik van geschiedenis en identiteit vormen binnen die exercities interessante thema’s van onderzoek. Vast staat dat niet alleen het beleid, maar ook een fors deel van de hedendaagse ontwerpopgave direct of indirect door die sleutelpositie van de binnensteden worden bepaald. De cultuurhistorische dimensie ervan speelt in het geheel aan visies, beleidsintenties en ontwerpstrategieën een onmiskenbare rol.